Correct taalgebruik
Taalgebruik is iets bijzonder individueels. Ik heb het dan over de manier waarop u iets opschrijft. Dit maakt uw stijl uit en is bepalend voor uw werk. Die stijl kan hoogst persoonlijk zijn - gewoon omdat u het bent die het opschrijft. U kunt er gedeeltelijk (!) voor kiezen uw stijl aan te passen aan het soort verhaal dat u schrijft, maar dit is moeilijk. Iedere schrijver heeft een persoonlijke stijl en alleen met training - vooral veel schrijven en commentaar vragen dus - is het mogelijk om een stijl bij te slijpen. De uitdrukking die u regelmatig op de sites van deze uitgeverij aantreft is dan ook 'talenten scherpen'. Dat is een onderdeel van die training om flexibel te worden in eigen stijl.
Enkele bijzonder basale elementen zijn:
- Gebruik zo min mogelijk (lees geen) toekomende tijd. Dit 'vertraagt' de lezer en geeft vaak een onprettig gevoel van afstandelijkheid. Om het te parafraseren: de lezer zegt:"Ik lees nou toch? Waarom moet ik me steeds met de toekomst bezighouden?"
- Herhaal uzelf in woordgebruik niet binnen een paragraaf.
- Pas op voor de ik-vorm: veel moeilijker om te schrijven.
- In de tegenwoordige tijd schrijven is soms een prachtig middel, maar veroorzaakt ook veel logistieke problemen.
- Denk eraan dat we in het Nederlands in het algemeen de 'consecutio temporum' respecteren, dus haal niet twee tijden in eenzelfde zin en/of bijzin door elkaar. ("hij zei dat hij ziek was" en niet "hij zei dat hij ziek is"). Natuurlijk zijn er bijzondere omstandigheden waarin van deze regel afgeweken kan worden. Dat is altijd het fijne van regels: je kunt ervan afwijken.
- Begin zinnen niet met 'En…' en al helemaal niet met 'En toen…'
Er zijn vast en zeker nog veel meer basiselementen van goed schrijverschap te bedenken. Mocht ik erop komen dan voeg ik ze later toe (en niet: dan zal ik ze later toevoegen)!